Moriré en Buenos Aires
Jopie Jonkers Groep

Bezetting:

Jopie Jonkers: zang, enkelpedaalsharp
Koen De Cauter: gitaar, zang
Rinus Raaijmakers: contrabas, zang
Myrddin De Cauter: slagwerk, arrangement (12)

Gasten:

Gwen Cresens: accordeon
Karla Verlie: piano
Wilma Thalen: viool
Stefaan Wellens: altviool
Stephanie Adriaansen: cello
Arne Van Dongen: contrabas
 

  1. Lágrimas sobre el estero (J.V.Torrealba)
  2. Dos Gardenias (I.Carillo)
  3. Cielo de los Tupamaros (O.Castillo)
  4. Vamos Nina (H.Ferrer/A.Piazzolla)
  5. Mama Angustia (J.Pedroni/D.Sanchez)
  6. Milongueo del Ayer (A.Fleury)
  7. Zamba por vosv (A.Zitarrosa)
  8. El Choclo (E.S.Discepolo/A.G.Villoldo)
  9. Balada para mi muerte (H.Ferrer/A.Piazzolla)
  10. Casinha pequenina (trad.)
  11. Trago de sombra (J.Duvalos/E.Falú)
  12. Se equivocó la paloma (C.Cuastavino)


 

Nog meer details :

Productie: Job Zomer.
Studio Van Schuppen, 2002.
Mix: Jochem Gene.
Vormgeving: Manu Veracx, B.AD
Fotografie : Sven Schoukens

Munich Records, BMCD392, 2003


Jopie Jonkers Groep - Moriré en Buenos Aires

Op een dag vroeg Koen De Cauter me: "Wat is stijl, waarover hebben we het precies wanneer we dat woord in de mond nemen?"Een niet alledaagse vraag, waar ik niet zo dadelijk een helder antwoord op kon geven, en het kwam tot een gesprek tijdens hetwelk zich nog meer vragen naar de oppervlakte drongen, die zich op die ene fundamentele stapelden: wat is stijl? Maar, al zijn we allebei muzikanten die een lange weg hebben afgelegd waarbij stijl onze enig ware meester was, we zijn er niet uitgeraakt. Het bleef bij gissingen en overwegingen: "Is stijl een illusie, het spiegelbeeld van een stuk leven waarvan we de genese zelf trachten te bepalen en waar we steeds verder aan slijpen, in de hoop ooit het mysterie te kunnen aanraken, zoals we nu de snaren van onze instrumenten beroeren, steeds met die lichte verwondering om de klanken die ze voortbrengen, zoals we het wonderlijk blijven vinden dat de sneeuw telkenjare weer wit is?" Koen De Cauters vraag en het gesprek dat erop volgde schoten me weer te binnen terwijl ik deze opnamen beluisterde. Koen en de zijnen werken al heel wat jaren regelmatig samen met Jopie Jonkers, en het is altijd een zeer vruchtbaar 'huwelijk' geweest. Want uiteindelijk hebben ze het over hetzelfde: de ambachtelijke benadering, waarrond hun hele visie is opgebouwd; nooit 'zomaar iets' doen, maar telkens weer op zoek gaan naar de kern. zonder daarmee iets te willen bewijzen.

Voor deze CD hebben ze zich enkel aan Zuid-Amerikaanse muziek gewijd. Een rijke, veelgelaagde traditie, die ze met respect (zelfs met een zekere afstandelijke schroom) benaderen, maar waar ze, langs hun eigen aanvoelen van het poëtische gegeven, bijzondere kleuren aan toevoegen. Met andere woorden: ze spelen niet zomaar 'leuke Zuid-Amerikaanse liedjes', maar vertolken op hun manier het wezen van een levende traditie. Het resultaat straalt een soms bijna naïeve warmte uit, die zonder omwegen op de toehoorder afstraalt.

Jopie Jonkers en haar gezellen - stuk voor stuk fijne muzikanten - tonen ons een bonte waaier stemmingen en sferen, gaande van de uiterste eenvoud van het revolutionaire "Cielo de los Tupamaros" tot de duistere kronkels van "Vamos, Nina!" ,over de vrouw die door een tedere doodsengel uit de poel van de prostitutie wordt gered.Toon voor toon, woord voor woord, bereiken ons deze liederen, met hun troost en hun warme adem van een sereen, diep verankerd stijlgevoel.

Wannes Van de Velde - november 2002

Een schijf opnemen over een tijdsspanne van vele maanden: het uitkiezen, afwegen, bedenkingen uitwisselen, gedachten herdenken, af en toe een inval, min of meer gelukkig - afvragen, herschatten en vergelijken, her - en herspelen en herluisterend met immer stijgende spanning. Evenwicht betrachten tussen de soms te matte kleuren van teveel gespeelde melodieën en de frisheid, soms bedrieglijke bekoring van nieuwe stukken. Dat alles op een duurzame, doorproefde, zo eigen mogelijke wijze en met pogen tot inzicht voor een oorspronkelijke betekenis. Kortom, een menselijke weg door al die ontelbare flonkeringen, hergebrond eigen water in de donkere wijn van de grote smeltkroes die Zuid-Amerika is, eigen druivenpersels in die heldere verre waters. Maar zuiverheid herkent ge overal, de zon zal nooit twee keer hetzelfde schijnsel spreiden, alle schakeringen blijken de aandachtige mens eigen. De onoverzichtelijke eeuwige wirwar van afspringende en dan toch weeral bevestigde afspraken tussen muzikanten, behulpzame vrienden, vrije dagen voor repetities, fotografie, ontwerp en nog zoveel bijkomende dingen. En dan de uiteindelijke spannende uren van het vastleggen van de muziek zelf; daarna de kleurbepaling, de geluidsverhoudingen die men dan het 'mixen' noemt. We strooien bloemen van dank naar enige wel afgebakende gestalten in de uitgestrekte Pampa van dit muzikaal avontuur. Manu Veracx bijvoorbeeld, gezeten als aan een oase van rust en overzicht. Tussen de randen van het woud vloeit de schaduw van Yupanqui over in de gestalte van een andere Yerbatero; Wannes Van de Velde die zijn aandachtig overschouwen in zo treffende woorden gieten willen kon. En in de verre bergen - Myrddin, een goed verdoken onmetelijke ader van zuiver muzikaal goud - Alejandro Strange, alom tegenwoordige caballero, welwillende gids in dit betoverende muzieklandschap. Sven: bedachtzaam beelden vastleggen, de goedwillendheid van Lieve Verschraegen: een glimp in de schatkamer van voorbije tijden, de hulp van Louisa Martins, de bijstand van onze oude spitsbroeder Peter Flynn, de onbaatzuchtige aanwezigheid van Waso en bovenal Job Zomer genesteld op de troon van zijn alom vermaarde 'Herberg van Hoop & Vertrouwen'.

Onszelven vergeten ware een doorzichtige daad van hovaardij; Wilma Thalen (viool), Karla Verlie (piano), Gwen Cresens (accordeon en stuwende kracht achter de Piazzolla stukken), Stephanie Adriaansen (cello) en de ons reeds vertrouwde figuren van Stefan Wellens (altviool) en Arne van Dongen (contrabas) in, het door Myrddin prachtig herwerkte, 'Se eguivocó la paloma'. Tenslotte de eigenlijke groep met onze jeugdig - oude strijdmakker Rinus Raaijmakers aan de bas, Myrddin aan de drums, en dan wij, Jopie met haar stem meer en meer innerlijke wegen aftastende, de eindeloze dwarreling naar het eigene. Zoals ik, een veertje in de oneindigheid, geen aanwijsbaar doel maar altijd op weg.

Koen De Cauter

terug naar overzicht