Ombre et Lumière
Waso Quartet
Bezetting :

Koen De Cauter: sopranosaxofoon, zang, gitaar
Tcha Limberger: gitaar, zang
Xavier Bronchart: ritmegitaar
Dajo De Cauter: contrabas
 

  1. Stumblin' (Zez Confrey)
  2. Ombre et Lumière (Tcha Limberger)
  3. Pousse Partout (Koen De Cauter)
  4. Valse Moustache (Tcha Limberger)
  5. Le Mouton De Panurge (Georges Brassens)
  6. After you've Gone (Craemer / Layton)
  7. Porto Cabello (Django Reinhardt)
  8. Seven come Eleven (Benny Goodman / Charlie Christian)
  9. Gyóngyviragosh (Transsylvaanse Traditional)
  10. Tears (Django Reinhardt / Stephane Grapelli)
  11. Songe d'Automne (Archibald Joyce) opgedragen aan Rien & Henk Karman
  12. Piotto (Koen De Cauter)
  13. Au Grand Café (Charles Trenet)

 

Nog meer details :

Productie: Koen De Cauter
Executive Producer: Job Zomer
Opname: Studio Van Schuppen, feb. 2004 NL
Techniek : Jochem Geene
Mix: Waso Quartet & Jochem Geene
Fotografie en Vormgeving: Waso De Cauter
Cover foto: Vigdis De Cauter

Munich Records, BMCD 445, © Munich Music 2004.

Ombre et lumiere - Waso

Details uit het interview met Koen De Cauter

  • Waso bestaat 30 jaar. Wat is er allemaal veranderd in al die jaren?

    Niets - en alles - ! In die tijd ('75) kon men leven van één orkest, nu zou dat niet meer gaan. Ik bedoel zuiver, zonder steuntrekkerei of subsidiepolitiek te plegen (wat ik nooit gedaan heb)! Dus nu moet ge meer repeteren om tot een noodzakelijke homogeniteit te komen - vroeger kwam die vanzelf, we speelden zeker 4 tot 5 keer in de week samen. Daartegenover verlies ik veel minder tijd nu, de ervaring van al die jaren komt mij goed te stade. En hoewel Tcha en Dajo nu de ouderdom hebben van wij toen hebben ze al enorm veel ondervinding opgedaan, gelukkig maar. Xavier valt er ergens tussenin, vroeg begonnen maar vele jaren in Indië doorgebracht, wel een authentiek muzikaal talent. Een ander groot verschil is dat de concurrentie nu formidabel is; vroeger was er bij manier van spreken geen noemenswaardige competitie.

  • Geen noemenswaardige concurrentie?

    Ja, maar al was er vroeger geen concurrentie, er was ook weinig interesse. Vooral hier in België werden we met een zekere meewarigheid bekeken, hoewel we toch opkwamen met iets uitzonderlijks voor die tijd. De grote verscheidenheid, de grondigheid, de ogenschijnlijke willekeur waarmee we tezelfdertijd al die aparte genres benaderden was en blijft uniek. Met andere woorden: we hadden vísie.

  • Van waar kwam die?

    Wat mij betreft: vanuit het basisconcept van de New Orleans jazz, dat uiteindelijk een praktische (en geritmeerde) vertaling is van de "klassieke" muziek. Bach, Beethoven en Co, waar ik toch mee opgegroeid ben. Met basisconcept wil ik zeggen: melodie, respect voor de maten, structuur. Verzorgde harmonie, tempo, kleur. En afwisseling, alles wat ik tot nu verder draag, want het wezenlijke van de dingen verandert niet: de regenboog zal altijd dezelfde kleuren hebben. De Budapest tsigane heeft mogelijk nog een rijker en verder uitgewerkt muzikaal palet. Maar de New Orleans jazz heeft dan weer een groter aanpassingsvermogen en een veel universelere uitstraling naar het publiek toe. Als het ware een interessanter medium, minder provinciaal, directer. En dat concept droegen en proberen we nog altijd uit te dragen, met natuurlijk oneindig veel invloeden erbij. Zeg maar iets van de geest van het Paco de Lucia Sextet, iets van de vrijheid van Bireli, de generositeit van de musette enz.

  • Is het Waso Quartet van dertig jaar geleden anders dan dat van nu?

    Wat we nu doen is niet alleen veel vrijer maar ook geavanceerder. Harmonieën zijn tot in de puntjes verzorgd, tempo's nog zorgvuldiger uitgekozen, maar het grootste verschil met vroeger is het aandurven van stiltes. Ook de (dikwijls eigen) composities zijn veel gevariëerder. Tcha is één van de uitzonderlijkste en muzikaalste talenten die ik in al die jaren ben tegengekomen: gedurfd en avontuurlijk. De rol van de contrabas is ook niet meer te vergelijken met vroeger en de toon van Dajo is de schoonste die ik ooit gehoord heb en de combinatie met de heldere klank en verzorgde uitvoering van Xavier lijdt tot excellente resultaten. Ieder die deze cd zal opleggen zal dit kunnen bestatigen, niet in het minst door het voortreffelijk klankinzicht van Jochem Geene. Hij heeft het Waso Quartet volledig akoestisch benaderd, als betrof het een klassiek strijkkwartet, en het resultaat is een natuurlijke weergave van het orkest zoals het werkelijk klinkt. Anders gezegd: dit is de klank zoals hij uw oren treffen zal bij een volgende muzikale ontmoeting, van dewelke wij hopen dat zij kortelings zal geschieden. Tenslotte ben ik gelukkig te mogen kunnen vaststellen dat mijn sopranoinbreng gunstig blijft evolueren.

  • Welke zijn de verscheidene genres die u brengt op een avond?

    Naast de basis van het klassieke Django repertoire zijn er veel eigen composities, swing, ballades en enige typische 'Valses Manouches'. Liederen uit de traditie van de Sinti, Hongaarse tzigane en natuurlijk chansons, voornamelijk van Georges Brassens, liederen van Wannes Van De Velde, hier en daar een werkelijk klassieke melodie die we naar onze hand zetten, thema's uit het musette repertoire... uiteindelijk alles dat goed klinkt.

  • terug naar overzicht