|
Terug Koen De Cauter zingt Gezelle |
![]() |
|
Bezetting : Koen De Cauter : gitaar, zang, sopraan sax Dajo De Cauter : contrabas Myrddin De Cauter : klarinet, gitaar Tcha Limberger : viool, altviool |
|
|
Koen over deze CD :
Gedachten bij gedichten Gezelle, die mij zo aanstaat, mij een niet te vervangen geestelijke thuiskomst biedt keer op keer. Iets van die glimlach van mijn grootmoeder, iets alomvattends. Gezelle : bedachtzaam, nederig, deemoedig of ootmoedig, maar steeds bewust. Uitzonderlijk verstandig. Aandachtig, eerlijk, streng, op het achterdochtige af, maar eenmaal ontspannen, humor met overschot. In zichzelve gekeerd, een moeilijk mens vol goede wil. Grote zelfbeheersing, harnas tegen zijn kwetsbaarheid. en al de gekwetsheid opgehoopt - opgesloten achter de ogen - binnen. En dat alles - gezuiverd - langs de pen er weer uitgebracht. Heel de wereld van indrukken uitgepuurd en herwassen door zijn geest weergegeven. Hij was de grote alchemist van 't Vlaams. Deze onderneming, onze tweede poging tot toondichterij op 't werk van Gezelle, is wel op een zeer ongewone manier tot stand gekomen. Een ongebruikelijke en tijdrovende, maar zeer belangwekkende werkwijze : Iemand komt met een wijs met min of meerdere tijdsverdelings- (ritmische) of samenklanks- (harmonische) aanduidingen. Soms vaag, soms heel bepaald van gemoedskleur (atmosfeer). Dan begint de zoektocht naar samenspel (het orkestreren). Alles wordt in vraag gesteld, en dat betekent telkenmaal weer een belevenis met de meest onvoorziene urenlange wijsgerige of muzikale uitweidingen. Eenmaal daar voorbij begint het optekenen en inspelen van het zopas verworvene, en het uiteindelijk gestalte geven aan de voordracht. De kleur bepalen. De spanningsgraad. Soms gaat het vanzelf maar dikwijls worden de uren werk achteraf toch niet goed bevonden. En ondanks de overwegend sombere toon van het geheel hebben we nog nooit zoveel gelachen.
Bij het lezen van Gezelle stuit men op een allesomvattende hindernis, waar het werk van zijn tijdgenoten -
Baudelaire, Poe, Hugo - omzeggens geheel aan ontsnapt, namelijk de geweldige
verarming, stroomlijning die het Nederlands en dan vooral het Vlaams heeft moeten
ondergaan. «ze» hebben net hetzelfde gedaan als met ons landschap :
volledig verminkt. (En «Ze», dat zijn eigenlijk «Wij» en
«Wij» gaan er opgeruimd mee door.) Met als gevolg dat de jonge mens nu,
zonder hulp, na enige pogingen alle verdere Gezellelezernij onmoedigd aan de kant legt.
Geen wonder, als ge in 't eerste studiejaar «Miep moet drukken» op uw boterham
krijgt. Koen De Cauter |
|
De platenfirma over deze CD : |
|
Andere referenties : |
|
Nog meer details : |
|
Artikels : |