www.myspace.com/wasodc |
||||
Persoonlijk
Ik ben de oudste zoon van Koen De Cauter en Lucie Gevaert. Sinds mijn geboorte werd ik omringd door muziek en plastische kunsten. Mijn jeugd bracht ik door met geschiedenis, tekenen, kalligrafie en bovenal veel fantasie. Ik volgde sporadisch notenleer en klassieke gitaar maar kon me zelden vinden in die 'klassieke' scholing... onderwijs was ook al iets dat ik zeer afwezig onderging. Wel kreeg ik af en toe onderricht van mijn vader; zo leerde ik mijn eerste akkoorden (la, mi, re...). Rond mijn 14de jaar nam hij me mee 'op café' - rondgaan met den hoed - en noodzakelijkerwijs leerde ik enkele akkoorden meer. Wat begon als een programma van enkele nummers werd geleidelijk een ruim repertorium doorheen verschillende stijlen zoals jazz, klassiek, zigeunermuziek, chanson... Het is ook dat jaar dat ik de eerste keer een 'groot' optreden deed: het eerste Brugges Festival ('88). Mijn vader nam me steeds meer mee op de baan en het duurde niet lang of ook mijn broers en zus kwamen meedoen.
Maar op een bepaald moment begint een mens zich vragen te stellen... Ben ik wel muzikant? En in hoeverre? Is dit nu het enige wat ik wil doen? Niet evident! Ik begon me, naast muziek, meer en meer bezig te houden met organisatie, programmatie en kwam terug tot mijn oude liefde, grafiek: logos, flyers, affiches, lay-out van een magazine...
De muziek zelf is echter een deel van mij geworden, in zulke mate dat ik er niet vanaf wil, het is te bevredigend en - eerlijk gezegd - mijn voornaamste bron van inkomsten. Leven van muziek is tenslotte ook ongelooflijk avontuurlijk, boeiend en plezant!
Iets is wel veranderd: voor mij gaat het nu niet meer om genres of stijlen maar meer om de eigenheid van de uitvoerder(s). Misschien werd dit alles me duidelijker door de geboorte van mijn zoontje Djalt en de opname, met de familie en enkele goede vrienden, van zijn geboorteplaatje waar we constant van stijl en genre wisselen en toch zeer coherent blijven.
Waso |
||||
|
Concreet : Opnames :
|
||||
Breinstorm 2Een "breinstorm" is een Decauteriaans woord. Het betekent niets meer of niets minder dan dat er op een snelle manier een aantal vragen moeten worden beantwoord. Het eerste, spontane antwoord wordt genadeloos opgetekend. Bij deze manier van vraagstelling krijgen onze Cauters gèèn tweede kans, het is erop, en vaker nog, er onder... |
||||
|
1. Waar zou je nu het liefst zijn? |
||||
Breinstorm 1 |
||||
|
Wat gaat er momenteel om in uw hoofd ? |
||||
Interview : "Een muzikant is een roofdier" door Tim Hoebeke |
||||
|
De familie De Cauter is een begrip in Gent en in de muziekwereld. Vader Koen speelt regelmatig samen met zijn kinderen Waso, Vigdis, Dajo en Myrddin. Hun muziek kan je best omschrijven als een mengvorm van jazz en zigeunermuziek, hoewel de familie er liever geen etiket opplakt. Waso is de oudste zoon, en misschien de minst opvallende van de familie. Waar ben je nu mee bezig, Waso?Muziek spelen, optredens organiseren en grafisch werk. Heel veel concrete kleinigheden. Het grootste project waar ik nu mee bezig ben is de volgende cd met de familie, die in september moest uitkomen, maar het zal voor februari zijn. Hier in de Fantast hebben we ook een festival georganiseerd, maar dat is niet echt de essentie van mijn bezigheden. Wil je niet vooral producen? Dat doe ik inderdaad heel graag. Het geeft evenveel voldoening als muziek spelen. Iets helpen creëren geeft evenveel voldoening als de creatie zelf. Veel mensen beseffen dat niet, maar wat zouden we zijn zonder de mensen achter de schermen. Werk je enkel en alleen met de familie? Voorlopig wel, hoewel dat niet de bedoeling is. Het is de grootste basis om op verder te bouwen, en ze hebben het ook het meest nodig. We hebben al wel eens managers ingehuurd, maar dat werkte nooit goed. De mensen begrijpen niet hoe de geesten in onze familie werken, vooral dan die van Dajo, Myrddin en Koen. Zij hebben nogal hevige karakters, en zijn veel meer dan ikzelf artiesten in hart en nieren. Dat wil dus zeggen dat ze zich niet kunnen bezighouden met minuten, tijdsschema's, het opsturen van foto's of het onderhandelen over contracten. De meeste managers hebben dat nooit echt doorgehad, dus daarom deed ik het even. Niet dat ik zo'n goede manager was, maar wel de beste op dat moment, en nu hebben we eindelijk een professionele manager die ons lijkt te begrijpen. Het valt wel op dat de hele familie de muziekmicrobe te pakken heeft. Ja, bij mij is dat op heel jonge leeftijd al begonnen. Toen ik twee jaar was en mijn ouders allebei nog in het restaurant van mijn grootvader werkten was de pick-up van mijn vader de babysit. Het schijnt dat ik dan gewoon voor de platendraaier stond, luisterend naar Louis Armstrong. Als je op die manier al begint met muziek, dan is het geen wonder dat ik er nu nog mee bezig ben. Heeft je vader dan nooit eens moeten zeggen: "en nu gaan jullie muziek leren"? Soms toch wel hoor. Bij mij althans. Ik heb nooit het idee gehad om muzikant te worden. Ik dacht er eerder aan om te gaan schilderen. Mijn vader heeft mij toch wat gitaar geleerd en midden de jaren tachtig zijn we in duo gaan optreden in cafés. Op een dag kon ik dan twaalf nummers spelen, daarna kon ik schema's lezen, en voordat ik het wist speelde ik muziek. Nu heb ik de indruk dat ik wat aan het weggaan ben van het intensief spelen, maar ik zal nooit kunnen stoppen met spelen, want dat blijft toch nog altijd iets heel speciaal. Ik ben nu gewoon ook bezig met het producen en grafiek. Is het ooit een optie geweest een leven zonder muziek te leiden? Constant. Dat is een vraag die ik mij heel vaak stel. Omdat ik met drie muzikanten samenspeel die niet anders kunnen zijn dan muzikanten. Dajo denkt dat hij ook iets anders zou moeten zijn, maar als je hem een beetje kent, weet je dat dat niet zo is. Maar ik? Waarom speel ik? Omdat ik speel, punt uit. Niet omdat ik absoluut mijn gevoelens moet uiten, of de schoonheid naar de mens wil brengen. Als ik ruzie heb met de rest, dan is dat de oorzaak ervan. Ik ben minder bloeddorstig bezig met noten. Want als je een echte muzikant bent, dan ben je eigenlijk een roofdier. Je springt op de materie muziek en begint eraan te trekken en te scheuren. Ik word dus vaak geconfronteerd met de vraag of ik hier wel zit te doen wat ik moet doen. Het feit dat ik geen frustraties heb over het feit dat ik iets niet kan spelen zegt genoeg. Als je geen frustraties hebt, dan wil dat zeggen dat het niet echt je ding is. Maar het is wel meer mijn ding dan de rest in mijn leven. Het moet niet overkomen alsof ik mij slecht voel bij het spelen. Thuis en op het podium zijn nog altijd de twee beste plekken die ik ken. Als ik zenuwachtig, ziek of geënerveerd rondloop, dan is dat op het podium vaak verdwenen. Soms is het omgekeerde ook waar. Dan is optreden het meest zenuwslopende gegeven. Is het niet vooral de aandacht van het publiek dat het podium aantrekkelijk maakt? Nee, want ik zit al anders op het podium dan de meeste mensen. Ik ben de ritmegitarist en ook geen opvallend figuur. Daarbij komt dat ik meestal vanachter op het podium zit. Muzikaal in de schaduw van de solisten, verhoudingsgewijs in de schaduw van Dajo. Ik zweet ook op het podium, en werk ook hard, maar ik val het minst op. Daardoor moet ik dus ook het minst verantwoording afleggen voor het publiek. Ik heb ook geen nood aan of het krijgen van eer. Met het begrip 'eer' heb ik al lang geleden komaf mee gemaakt. Met de ene voet sta ik in de roem, met de andere helemaal niet. Ik ben zowat de onbekende bekende in dat circuit. Op café gebeurt het wel dat ik na een kwartier pas zeg tegen de mensen wie ik ben, waarna ze verschieten, en zeggen: "maar ik heb u al zien optreden..." De mensen herkennen mij gewoon niet. Of ze praten over ons, over een optreden van ons, zonder te weten wie ik ben. Dat is natuurlijk wel leuk, want zo kom je te weten wat de mensen echt over ons denken. Het is eigenlijk ook best als de mensen je niet herkennen. Ze komen naar een optreden, en vijf minuten later weten ze niet meer wie er gespeeld heeft. Dan kan je ook zeggen dat je genoten hebt van de muziek, niet zozeer van de muzikanten. Dat is eigenlijk de essentie, en het grote verschil met popmuziek. Daarin draait het hem alleen maar om de artiest. Wat zijn je muzikale invloeden? Om te beginnen klassiek, zijnde Bach en Beethoven. Vraag maar rond bij andere muzikanten, Bach zal de grootste blijken te zijn. Bach is dus een evidentie, hij vormt het kader waarin we werken. Verder ben ik opgevoed met Brassens, Louis Armstrong, de oude jazz, de swingjazz, Django Reinhardt en flamenco, waar mijn vader weg van was. Ook de Roemeense en Hongaarse zigeunermuziek heeft zijn invloed gehad. Op een bepaald moment zoek je je eigen weg, verzet je je tegen alles wat je daarvoor kende. Zo sprong ik mee op de new beattrein eind jaren tachtig. New Beat is het tegenovergestelde van jazz: het is vierkant, strak en vooral klinisch. Dat was een tijdje enorm aangenaam, maar gelukkig heeft die periode niet zolang geduurd. Later ben ik nog naar hiphop beginnen luisteren, Red Hot Chili Peppers, en funk. Via de funk ben ik dan weer bij de moderne jazz beland. Ik ga ook vaak op verkenning in het muziekaanbod. Zo ben ik verzot op Japanse hofmuziek, dat een mysterieuze schoonheid uitstraalt. Ook naar hiphop luister ik nog af en toe, hoewel ik er helemaal niet positief tegenover sta. In mijn oren is dat geen muziek. Voor mij zijn dat pure geluidsfilms. Net zoals je kan genieten van een domme actiefilm, zo kan ik genieten van hiphop. Misschien is het ook mijn link naar de hedendaagse maatschappij, en dat heeft iedereen nodig. Het enige waar ik echt niet van hou zijn platte pop, techno en de singer-songwriters. Zelfs niet van Bob Dylan of The Beatles? IIk vind dat afschuwelijk. Het spijt mij zeer, maar ik kan er echt niet naar luisteren. Het is veel te rechtstreeks. Er zit ook weinig menselijkheid in, terwijl Dylan bijvoorbeeld het net over die menselijkheid heeft. Het heeft de pretentie muziek te zijn waar er op gezocht wordt, maar dat is het niet. Hij zoekt twee, drie akkoordjes, zet ze op een melodietje en steekt er een soort emotie in. The Beatles, dat is net hetzelfde verhaal. Er wordt altijd beweerd dat die heel belangrijk zijn voor de muziek. In zijn genre waren ze misschien belangrijk, maar niet voor de muziek in het algemeen. Kom niet af met het argument dat The Beatles de muziekwereld veranderd hebben. Weet je waarom veel mensen dat zeggen? Omdat veel mensen niet durven toegeven dat ze het gewoon graag horen, zonder dat ze daar een reden voor hebben. Ik luister graag eens naar hiphop, maar waarom moet ik mij daarover verantwoorden? Moet ik zeggen dat het de stem van een volk is, van een natie? Nee toch. Het is een belachelijke stem als het dat is. Is het literatuur? Maar nee. Als je literatuur wil lezen, lees dan Shakespeare. Zo heb ik ooit eens een discussie gehad met iemand die zei dat die teksten toch zo goed waren. Je moet dat eens serieus lezen, het trekt nergens op. Maar dan mag je dat niet vergelijken met de grote schrijvers? Waarom niet, we hebben het toch over literatuur? Vergelijk het dan direct met de sterkste, de grootste, de zwaarste. Als je het over muziek hebt, vergelijk het dan met het zwaarste dat er is. Coltrane kan ik vergelijken met Bach, maar The Beatles niet. Coltrane blijft recht overeind. Hij heeft muzikale grenzen verlegd, of je het nu mooi vindt of niet. Wat hebben The Beatles nu eigenlijk nieuw gedaan, behalve met klanken experimenteren? Was klassiek muziek niet gewoon de popmuziek van vroeger? Nee, die vergelijking gaat niet op. Popmuziek is muziek die iedereen graag hoort, zowel een boer uit Wingene als een bureaubeambte uit Namur. Mozart was populair in een paar steden, maar niet bij die boer uit Wingene. De volksmuziek, dat was de popmuziek van die tijd. Wat spelen de beginnende groepjes tegenwoordig? Red Hot Chili Peppers, Limp Bizkit of andere Studio Brusselmuziek. Dat is dus de volksmuziek van tegenwoordig. Dus ik denk niet dat klassieke muziek ooit popmuziek is geweest. Er zitten wel eens populaire liedjes tussen, maar elk genre heeft zijn hits gehad. Het is niet omdat een jazzcompositie plots populair is dat jazz popmuziek is. Brassens heeft een wereldhit gehad, Wannes van de Velde in Vlaanderen ook, maar zij maken geen popmuziek. Is sommige muziek gewoon niet te vatten voor mensen die geen noot kunnen lezen of spelen? Zeker. Mijn favoriet in de jazzmuziek is Greg Osby, maar vijf jaar geleden vond ik het intellectueel geleuter. Maar het is ook mijn punt niet dat je naar die muziek moet luisteren, om te beseffen wat goed is. Mijn punt is wel dat als je etiketten begint te kleven, doe het dan correct. Want zeggen "dat is een revolutie in de muziek", dat is een etiket kleven. Als je zegt dat The Beatles revolutionair zijn in de muziekwereld, dan ben je mis. Ze zijn revolutionair geweest in de popwereld, dat wel. Je moet The Beatles niet naast Beethoven zetten, want het valt niet te vergelijken. En voor de rest, hetgeen goed is, is dat wat je graag hoort. Ik mag je nog tien jaar les geven, maar als je graag The Beatles hoort, dan kan ik jou dat niet afpakken, tenzij je het jezelf afpakt. Hoe ver reikt jullie publiek? Tijdens het jazzfestival van New Orleans traden we jaarlijks op, maar dat doen we niet meer sinds Bush president is. In Nieuw-Zeeland hebben we ook al drie keer gespeeld, dus daar hebben we blijkbaar ook een publiek. Maar wij hebben geen machine achter ons staan. Laïs bijvoorbeeld heeft een bedrijf dat zich met de promotie bezig houdt. Ik weet ook niet of dat zo goed is. We spelen al heel ons leven, en wij doen niets anders. Vanaf mijn achttiende leef ik alleen van de muziek. Ik heb nooit geld verdiend met iets anders. En dat komt misschien doordat we die machine niet hebben. Daardoor kunnen we constant blijven spelen. Maar ik weet echt niet hoe populair we zijn. Ik denk dat we op de ene manier heel populair zijn, en op de andere manier dan weer helemaal niet. We treden meestal op in België en Nederland. Ook in Portugal hebben we al vaak gespeeld. Mijn vader is nu wat aan het doorbreken in Frankrijk en ook in Engeland speelt hij af en toe. Op één of andere manier zijn wij daar nooit geraakt. Het publiek zelf is ook niet zo éénduidig. Zowel rijken, intellectuelen als de armere jonge student komen naar ons luisteren. Er is geen naam op te kleven. Net als er op onze muziek ook geen naam op te kleven is. Bij Ambrozijn kan je zeggen dat het vernieuwende folk is, want dat is het ook. Maar wat kan je over ons zeggen? Is het jazz? Ja, maar dan ook weer niet. Is het zigeunermuziek? Nee, maar dan ook weer wel. Wat is je band met Gent? Ik ben geboren in Gent, en heb heel mijn jeugd in het Gentse gewoond, Nazareth, Latem, Merendree, maar nooit in Gent zelf. Dat heeft misschien voor de band gezorgd die ik nu heb met Gent. Als kleine jongen nam mijn vader mij dan eens mee naar de stad, om het Gravensteen eens te bezoeken, wat ik fantastisch vond. Ik heb dus altijd wel iets gehad met Gent. Ik woon ondertussen al meer dan tien jaar in Gent zelf. Je kan jezelf maar op één plek thuis voelen, en Gent is mijn thuis. De anonimiteit van in Gent te wonen spreekt mij wel aan. De Gentse mentaliteit is leven en laten leven, het interesseert de Gentenaars niet wat hun buren doen. Voor velen is dat een negatief punt, maar ik geniet daarvan. Ik heb graag dat de mensen mij met rust laten, als ik ze met rust laat. Op dat vlak ben ik dus absoluut geen sociaal iemand. Ik vind Gent ook een zeer mooie stad, maar dat komt wellicht doordat ik deze stad veel beter ken dan gelijk welke andere stad. Gent valt mij het meest op als ik lang ben weggeweest. Als ik terugkom van een tournee, is het eerste dat ik doe een wandeling maken in de stad. Dan ontdek ik met een heldere blik terug al de mooie huizen. Je vindt hier niettemin ook veel lelijke gebouwen. Maar tegelijk is dat ook niet erg, want binnen vijftig jaar zullen ze die gebouwen toch weer neerhalen. Het Gravensteen zullen ze niet meer afbreken, want het is veel te waardevol geworden. En wat zou Gent nog zijn zonder het Gravensteen? Het zou hier toch al een stuk minder aantrekkelijk zijn. Gent heeft het Gravensteen nodig, vooral voor het toerisme. Leve het toerisme als het op architectuur aankomt. Anders stond er niets meer overeind, wees gerust. Gent heeft toch nog veel oude gebouwen? Als je het vergelijkt met andere steden misschien wel, in Brugge is het meeste overeind gebleven maar juist daardoor is het ginder ook minder aangenaam geworden. Dat is misschien ook de dualiteit van heel die kwestie. Had alles blijven staan, dan was de stad misschien een museum geworden, met een doodse sfeer. En alles neerhalen is ook zonde. Ik denk dat hetgeen nu bewaard is er wel zal blijven staan en al die lelijke gebouwen wel zullen verdwijnen. Wat mij vooral stoort is de saaiheid van de hedendaagse architectuur. Het zal overal in Vlaanderen wel zo zijn, maar in Gent valt het mij op. Vergelijk het maar met het buitenland; de vervelendste architectuur vind je hier, en misschien ook in Zwitserland. Het valt zelfs buitenlanders op. Probeer maar eens één hedendaags gebouw te vinden dat boeiend is. Het zal je niet lukken. Er gingen ooit stemmen op om het Atomium af te breken. Dan hebben we eens iets boeiend! Het is wel lelijk, maar tenminste ook boeiend. Wat we hier in Vlaanderen hebben is lelijk en saai. En de meeste architecten verbergen zich achter een onzinnige uitleg om hun gebrek aan creatieve visie te verbergen. In de muziek kom je net hetzelfde fenomeen tegen. Veel artistiek gezwets, maar het stelt vaak niets voor. Dat komt gewoon omdat ze niet oprecht zijn. Ze hebben allemaal schrik, want stel je voor dat ze iemand zouden beledigen. Hoe zit het met het Gentse publiek, heeft de familie hier het meest naam en faam? Nee, helemaal niet. We spelen veel meer in West-Vlaanderen dan in Gent. Als je over de familie De Cauter spreekt gaat er bij velen wel een belletje rinkelen, maar dan houdt het vaak op. Dat is maar goed ook. Ik kan nu nog op café zitten zonder herkend te worden. Wat houdt muziek spelen voor jou in, welke gevoelens roept het op? Je hebt twee belangrijke manieren om muziek te spelen. Je kan muziek spelen voor de mensen, en dan kom je vaak in de entertainmentsector terecht. De andere manier is muziek spelen voor jezelf, en misschien op die manier mensen bereiken, zonder de mensen centraal te zetten. Die laatste aanpak is meer de onze. Veel te veel muzikanten stellen het publiek centraal. Het gevolg is dat ze zich aanpassen aan dat wat ze denken dat de mensen goed vinden, en dat is een essentiële fout, denk ik. Aan de ene kant zoeken die muzikanten een eigenheid, een vorm van originaliteit, en aan de andere kant moet het de mensen liggen. De enige manier om origineel te zijn is je juist niet bezig te houden met origineel willen zijn. Als je heel oprecht speelt wat je voelt, dan kom je op een heel vreemde plaats terecht. Een plaats van constante beweging, die alleen maar origineel kan zijn, omdat iedere mens uniek is. Kan je in een groep je eigen individu behouden? In een groep heb je een verzameling individuen waar je rekening moet mee houden, daar kan je niet vanuit. Dat is ook het grote verschil tussen muziek spelen en beeldhouwen of schilderen bijvoorbeeld. Als groep moet je samenspelen en met elkaar rekening houden. Maar dat is ook het enige waaraan je je moet aanpassen, voor de rest doe je wat je zelf wilt. Misschien is dat hetgeen ons wat bevreemdend maakt voor de meeste mensen. Onze muziek is puur en eerlijk. Hebben wij ruzie met elkaar, dan hebben wij zowel op als naast het podium ruzie. De grens tussen het podium en het gewone leven is verdwenen. Wij veranderen onszelf niet op een podium voor het publiek. Veel mensen vinden dat pretentieus en elitair. Het is niet omdat we ons niet interesseren in ons publiek, maar je bent er op een podium niet altijd mee bezig. Soms is een nummer ten einde en heb je het applaus nodig om te beseffen dat er volk aan het kijken is. Dan heb je een paar seconden dat besef tussen twee liedjes door. Dan verdwijnt dat weer volledig en raak je volledig opgeslorpt door het spelen zelf. Dat creëert een soort eigenheid. Als we bijvoorbeeld een wals spelen, en ik daar een fandango boven speel, dan zal Dajo mij daarin volgen. Of gaat hij er net tegenin. En dat zorgt ervoor dat wij niet echt een genre meer spelen. Het enige correcte etiket dat je op ons kan kleven is dat wij jazz spelen, qua techniek dan. Want voor mij is jazz improviseren op een bepaald schema of stramien. Wij hebben wel enkele arrangementen, maar dat schept enkel een kader waarin we de zaken weer kunnen loslaten. Hoe sta je tegenover de Zeitgeist? Het is een stommiteit om daar veel mee bezig te zijn. We zijn toch sowieso producten van onze tijd. Zo is mijn vader, in tegenstelling tot mij, een tegenpool van alles. Hij is simpelweg niet tevreden met de gang van zaken. Dat is dus eigenlijk ook tijdsgeest. Hij is daar mee bezig als mens, en dat reflecteert in zijn muziek. Het is dus fout dat vele kunstenaars of muzikanten een teken van hun tijd willen zijn. Speel liever zo oprecht en waarachtig mogelijk, en luister naar de stem in jezelf, al kan die morgen anders klinken. Dan ben je vanzelf een product van je tijd. Is kunst elitair? Wel integendeel, het zou het minst elitaire moeten zijn. Het is namelijk een uiting van jezelf, en hoe kan zoiets elitair zijn? Iemand die zich oprecht uit is niet elitair, tenzij hij beweert dat hij het bij het rechte eind heeft en al de rest verkeerd is. En dan nog, dan is de persoon zelf elitair, niet de kunst. Vele mensen op het conservatorium bijvoorbeeld, zijn elitaire mensen omdat ze beweren te weten hoe het moet. Veel mensen vinden ons ook elitair, omdat we bijvoorbeeld nogal snel zeggen wat we slecht vinden maar dat zijn maar persoonlijke meningen. Ik weet niet hoe het bij mijn broers of vader zit, maar bij mij is het duidelijk: ik ben niet elitair. Ik denk niet dat ik de waarheid in pacht heb. Ook zeg ik altijd: "Zonder boeren geen eten". Eigenlijk zouden landbouwers de meest elitaire mensen mogen zijn want het is door hen dat we ons kunnen bezig houden met secundaire behoeften zoals kunst. |
||||
Interview : "DJANGO!" |
||||
|
1. Django Reinhardt is ondertussen reeds 50 jaar dood. Wat maakt hem tot heden ten dage nog steeds interessant? |
||||
|
|
||||